Nu toch al een eindje geleden, las ik iets over het boek PIG 05049. Het is geschreven door Christien Meindertsma en het vertelt ons het verhaal van de eindbestemmingen van een varken. We worden in ons dagelijkse leven verschillende keren met het dier geconfronteerd, zonder het te weten. Laten we even kijken naar de recensie van het boek door kunsthal:
Varken wordt verwerkt tot 187 producten en leidt haar langs de tatoeëerder, tandarts, apotheker, boer en wapenspecialist. Bier, medicijnen, munitie, hartkleppen, remschijven en kauwgom. De bekende gelatine uit de varkenshuid zit in drop en winegums, maar ook in kwarktaart en tiramisu. In de wapenindustrie dient diezelfde gelatine als geleidingsmiddel voor kogels. Varkensvet zit onder meer in antirimpelcrème en shampoo, informatie die fabrikanten overigens niet graag prijsgeven. Een lucifer dankt zijn stevigheid aan de lijm uit varkensbotten en porselein uit het as daarvan. Proteïne uit varkenshaar geeft brood zijn zachtheid, en de staart wordt gekookt opgediend in Jamaica. Alles aan het varken wordt opgegeten of verwerkt. En mocht er dan nog iets overblijven, dan wordt er groene stroom van gemaakt.
More than meets the eye, dat kun je wel zeggen. Is het nog wel mogelijk als veganist door het leven te gaan, als je beseft dat al deze producten door middel van dierlijke producten vervaardigd werden (en vaak nog bevatten)? Aan de hand van dit boek (en andere), kun je het leven van een veganist onmogelijk verklaren. Om veganisten als bedreigde diersoort te kunnen verklaren, moet je dus niet ver zoeken naar redenen. Op een of andere manier kom je wel in aanraking met dierlijke producten, zodat je nooit kan claimen dat je leeft op een manier waarbij geen dieren zijn gebruikt. Bij dezen doe ik even de moeite om de perikelen van een veganist in verhaalvorm aan jullie te presenteren. Veel leesplezier!
De perikelen van een veganist
De boosdoeners die het leven als veganist onmogelijk maken, heb ik in het vet gemarkeerd.
… toen ik vandaag wakker werd, zag de lucht er onheilspellend uit. Het zou vandaag beslist een vreselijke dag worden. Ik strompelde naar de badkamer en gooide me onder de douche. In nam wat zeep en shampoo om mezelf wat op te frissen. Mijn gemoedstoestand werd er niet beter op.
Het ontbijt bracht al even weinig verlichting. Ik nam wat brood en smeerde er boter op met laag vetgehalte. Ondertussen las ik de krant. Je weet wel, zo’n papieren ding waarmee je vliegen doodklopt. Enfin, niet dat ik dat doe (foei!), ik ben veganist en hou van vliegen in huis. In de krant stond er een artikel, waarin stond dat in heel wat producten dierlijke resten zaten. Tja, dat wist ik wel, daarom dat ik die producten vermijd… tsss! Ik nam een hap met calcium verrijkte yoghurt. Plots zag ik in het artikel dat het niet enkel om snoep met gelatine ging, maar een hele rij andere producten, waarbij dierlijke resten gebruikt werden tijdens het productieproces. Ik proestte mijn yoghurt uit over mijn uitgebreide maal… shit! Dit is een fout ontbijt!
Toen ik rond me keek, besefte ik de proportie van mijn zonden. Het porcelijnen beeldje op de vensterbank grijnsde me zelfgenoegzaam aan. Trillend van de plotse stress, nam ik een sigaret uit het pakje in mijn borstzak. Ik streek een lucifer aan en genoot even van de geur die dit met zich meebracht, terwijl ik de vlam haar werk liet doen. Toen verhelderde ik en in een flashback herinnerde ik me het artikel weer. Mijn blik verstarde en als een reflex schoot er een luchtstoot door mijn luchtpijp, die de sigaret uit mijn mond slingerde, waardoor deze zich met ronddraaiende beweging door het luchtruim verplaatste. Praktisch in slowmotion zag ik de sigaret zich door de lucht wentelen om ten slotte sissend in mijn vanillepudding te landen.
Na een hallucinerende trip door de keuken, met de ogen wijd opengesperd als een junkie, zette ik mijn pas voort richting bibliotheek, waar ik vastberaden een aantal drankjes zou halen om deze verschrikking door te spoelen. Ik kwam bij mijn drankkast naast het boekenrek en zag er de rode-wijnfles staan die ik gisteren had aangeschaft. Ik rukte als een razende het samengestelde kurk uit de fles en schonk de wijn in. Toen ik besefte dat ook dit des duivels was, gooide ik het glas tegen de muur. De wijn kletste open tegen het behang en maakte een lelijke vlek. Geschokt van mijn actie, liep ik naar de muur om de schade tot een minimum te beperken. Ik probeerde met een doekje het vocht weg te wrijven, maar tot mijn ontgoocheling maakte ik alles alleen maar erger.
De plaklaag achter het behang was losgeweekt en het behang scheurde los. Eronder was duidelijk de laag verf te zien die ik er eigenhandig met kwast en penseel had op geschilderd. Het drama kende geen grenzen, want toen ik me uit pure ellende zwierig omdraaide om me van het rampgebied terug te trekken, struikelde ik over het tafeltje waar de fotorolletjes op stonden van mijn huwelijk gisteren. Alles donderde op de grond. Toen ik daar lag naar het plafond te staren, wist ik dat mijn mentale toestand niet meer stabiel was. Mijn hoofd rolde naar rechts en ik merkte op dat ook de stoel was omgekeerd waar paardenhaar in was verwerkt. Ik dacht eraan om me in mijn slaapkamer op te sluiten en me met een lederen riem te onderwerpen aan een sessie zelfkastijding, maar dat was onmogelijk: ik had geen lederen riem. Ik krabbelde weer overeind en liep naar de diepvriezer om er even vijf minuten mijn hoofd in te steken ter afkoeling. De ijskoude lucht sloeg me als een nijdige vrouw tegen het hoofd maar de koelte deed me na enkele seconden echt goed. Alles begon weer wat rustiger te worden in mijn hoofd toen ik mijn ademhaling weer onder controle kreeg.
Een infernaal geschreeuw en een gigantisch gedreun weerklonken enkele seconden later tot bij de buren. Zij waren blijkbaar degenen die me gevonden hadden onder de omgevallen diepvriezer terwijl mijn hoofd nog in het bovenste vak zat. In de ambulance was ik te beschaamd om te zeggen dat ik, toen ik in het vriesvak naast me keek, een pak cornetto ijshoorntjes zag liggen. Ik heb hen een of andere stomme uitvlucht verteld in de korte periode dat ik nog wakker was. Ik viel flauw toen de verplegers mijn verwondingen met een chirurgisch sponsje verzorgden. Alles werd donker.
Toen ik weer wakker werd, stond de dokter naast mijn bed. Hij vertelde me dat ik er eigenlijk niet zo erg aan toe was en vanavond alweer naar huis mocht. Terwijl hij zijn verhaal vervolgde, keek ik schuchter en bedeesd om me heen, naar al die elektronische toestelletjes die mijn toestand in de gaten hielden. Ik realiseerde me dat ik ook in mijn leven heel wat printplaten, zink, koper en batterijen had gebruikt en dat daarvoor volgens het artikel gelatine voor nodig was geweest. Whoaoaoaa! Ik stampte het donsdeken van me af. Ik draaide me nog even om en bekeek vol zelfmedelijden het kussen waarop ik had gelegen.
Eenmaal beneden aan de trappen bij de ingang van het ziekenhuis, dacht ik na over mijn leven tot enkele storende elementen mijn aandacht opeisten. Ik stonk nog naar alcohol en sigaretten. Een wilhemina-pepermuntje of kauwgom zou dit probleem wel oplossen, maar ook dat stond op the forbidden list. In de vrieskoude van die avond wisten de weergoden er niks beters op, dan zonder wroeging een sneeuwbui te laten uitbreken. De stress begon weer toe te slaan en ik dacht dat ik weer ging flippen. Er moest iets gebeuren want het werd me gewoon allemaal te veel. Ik dacht er aan dat het beëindigen van dit leven misschien wel de beste oplossing was. Het was in ieder geval een ecologische oplossing, dus milieutechnisch moest ik me al geen zorgen maken. Sowieso zou ik het met de trein doen voor extra ecologiepunten.
Toen ik op de rails lag, voelde ik, terwijl de tranen over mijn wangen rolden, toch een gelukzalig gevoel door mijn lichaam stromen toen ik dacht aan alle dieren die ik gered had als bewuste veganist. Deze disneyfiguren zou ik allemaal terugzien in de hemel. Al snel verbitterde mijn geluksgevoel toen er weer een flashback op mijn geestesoog geprojecteerd werd van het artikel dat ik deze morgen gelezen had. De kwelling werd ondraaglijk maar er zou snel een einde aankomen. In de verte hoorde ik de trein al toeterend aankomen. Elke keer de trein krachtig in mijn richting hoornde, schokte mijn lichaam van angst en opwinding. Als een geschifte lag ik daar, snotterend en schaterlachend tegelijkertijd, te wachten op de genadeslag die de trein me zou toedienen. De trein begon zijn noodprocedure en sloeg alle remmen dicht om mij van mijn zelfmoordpoging te redden. Mijn adem verstokte. Niet doordat de dood was ingetreden, maar omdat ik me herinnerde: de remmen van een trein kwamen voor in het artikel.
Als een getrainde paracommando rolde ik van de rails in de berm. Gebukt onder de lasten van mijn leven en gebukt om mezelf niet prijs te geven voor de conducteur en de geschokte massa mensen, rende ik in de duistere nacht door het struikgewas. Ik besefte dat ik gezocht werd om het een en ander uit te leggen aan de politie, dus ik moest snel een backup-plan verzinnen. Dan maar geen treinzelfmoord… dacht ik, dan maar met de auto. Ik smeet mezelf voor een auto maar deze remde nog net op tijd en kwam tot stilstand. Razend krabbelde ik me recht aan de voorbumper en keek de bestuurder waanzinnig aan. Hij slikte en staarde me doodsbang aan. Ik rukte hem uit de auto (hopelijk zonder biodiesel) en bedacht dat ik ook tegen een boom kon rijden. Tijdens het racen zocht ik een plaats, maar dacht plots hoe fout het wel niet was om een boom te viseren… Ik koos een muur en reed erop in. Ik zag mijn leven voorbijflitsen. “Dit moet het einde zijn… zo is het ook in de films!” Een geluksgevoel overweldigde me… tot het krantenartikel voorbijflitste en bleef haperen op het feit dat het gehydroliseerde vet in antivries in de auto van varkens afkomstig is. Ik zag het artikel, ik zag de zelfmoordauto, ik zag de sneeuwbui… Alles werd donker.
Toen ik weer wakker werd, lag ik weer in mijn ziekenhuiskamer in bed. Deze keer geen dokter aan mijn bed, maar de politie. “Jij hebt wat uit te leggen…”, zei hij. Ik hoorde zijn woorden niet, maar zag wel zijn dienstwapen en dacht aan de rijstpap met gouden lepeltjes in de hemel. Ik zag mijn kans schoon om een move te maken naar het wapen maar halfweg de vlucht die mijn arm maakte richting zijn holster, besefte ik: in een vuurwapen zitten kogels. Zoals in de films schreeuwde ik “Nooooo” en alles veranderde weer naar een slowmotion moment. Ik zag mijn arm afwijken van zijn pistool om recht in de kroonjuwelen van de agent tot stilstand te komen.
In de rechtzaal werd ik ontoerekeningsvatbaar verklaard en werd ik afgevoerd naar een of ander “centrum voor psychotherapie en -begeleiding“. Je weet wel wat dat betekent. Eerst spendeerde ik mijn dagen tussen de gekken en zwaar gestoorden in een zaaltje, maar het artikel dat op mijn netvlies was gebrand, zorgde voor meer uitbarstingen waardoor ik in isolatie in mijn kamer werd opgesloten en vastgebonden werd gehouden. Het laatste dat ik me herinnerde, was een sarcastische verpleegster die me mijn vegetarische rauwe groentjes kwam brengen. “Hmmm, veganist, he? Zelfs op en in alle rauwe groenten zitten beestjes, (o.a. nematoden, springstaarten, boorders…), dat is onvermijdelijk. Het ligt op een plastic bord, maar bedrieg je niet: ze werden door Agroplast gemaakt van varkensurine. Smakelijk.”. De deur sloeg dicht en het gedreun ebde langzaam weg. Ik besefte dat ze gelijk had… veganisme bestaat niet in de praktijk. Alles werd donker.
Conclusie
Niet iedereen zal het ermee eens zijn, maar ik zal de veganisten missen. Enfin… in ieder geval de hilarische cartoons die ze af en toe maken.
Als je niet weet wat veganist zijn inhoud, dan moet je er ook niet over schrijven. Een veganist zal niet beweren 100% dierenuitbuitingsvrij te leven. Deze zal niet beweren 100% geen leed te veroorzaken. In principe heb je voor al het bovengenoemde een alternatief die zonder dierlijke vetten enzo gemaakt is of dierlijke ingredienten bevat.
Als veganist heb je niet alles in de hand. En veganist betekent ook niet dat je 100% zo leeft, maar zo goed mogelijk streeft.
Dus nogmaals…ga niet schrijven alsof je denkt te weten hoe een veganist leeft, denkt etc. of waar het voor staat.
Hou je niet van parodieën omdat je dan misschien wel op de tenen zou kunnen trappen van de doelgroep? Dan neem je jezelf waarschijnlijk een beetje te serieus.
Ik denk dat je nog niet echt begrijpt wat een parodie is. Dit is meer puur een onjuiste weergave van het veganist zijn (net als in andere posts van je). Een parodie is prima, maar dan moet je het wel op waarheid berusten deels en elementen uitvergroten/omdraaien. Anders is het gewoon fictie (lees: onzin).
Dan ben ik in mijn opzet geslaagd. Het was net de bedoeling aan te tonen dat het leven van een veganist fictie (lees: onzin) is, door middel van een tekst, berust op de waarheid, waarin delen werden uitvergroot (en niet omgedraaid). Ben je zeker dat ik degene ben die niet begrijpt wat een parodie is? Enfin, misschien kan het “satire” worden genoemd, maar het verschil tussen de twee is vandaag de dag zo dun dat we daarover echt niet verder gaan discussiëren. Sorry dat ik mijn thesaurus niet bij had.
Ik ben veganist, en ik vond het een goede parodie/satire/whatever. Vermakelijk en verhelderend! Mijn leven is dan misschien fictie, maar ik herschrijf het script waar ik kan.
Grappig trouwens, die cartoon. En vooral de filenaam: food.gif -> LOL!
veel geleerd
Als veganist hoef je geen brood, margarine/minarine, yoghurt e.d. te eten. Je hebt al meer dan genoeg aan fruit, groenten, granen & noten…en als je écht brood wil, zijn er vandaag mogelijkheden genoeg om het zelf te maken waardoor je ook weet wat je erin verwerkt. Daarmee kun je nog altijd creatief aan de slag gaan. Shampoo is ook niet zo belangrijk, want de hoofdhuid produceert eigenlijk zelf ‘vetten’ om het haar te onderhouden.
Er zitten interessante punten in je schrijfsel, maar als geheel is het tamelijk flauw en is er niet nagedacht over creatieve oplossingen voor een probleem waar wel degelijk oplossingen voor bestaan.
De mens kon al overleven voor ze varkens in alles gingen verwerken, ik denk dat ze dat vast ook vandaag nog kunnen, mits wat aanpassingen.
Gegroet.
Wat een lachwekkende onzin wat jullie schrijven? Al van het begin dat we jullie artikel lezen blijkt heel duidelijk dat jullie bitter weinig kennen over wat veganisme is. Dat jullie bitter weinig kennis hebben over deze ellendige mensenwereld die mensen zoals jullie veroorzaken, bewust of onbewust is ook heel duidelijk. Jullie klein wereldje bestaat uit aanstellerij, egoïsme, materialisme, bloed, leed, pijn, uitsterving, vervuiling, armoede, honger & ziektes, winstbejag, goldrush enz.
Een wereldje uit vele miljarden winstbejag en gemakzucht op de kap van wel dagelijks miljarden lijdende dieren. Deze nadelen die wij door ons mensen veroorzaken lijken jullie totaal niets te deren? Sommige mensen volgen zelfs (zonder zelf eens na te denken) klakkeloos allerlei onzinnige geloofsovertuigingen. Bvb “dieren zijn geschapen om ons te dienen”! Jullie denken net als de grootste groep van mensen puur onbewust en oppervlakkig. Ipv vooruitgang te boeken blijven jullie liever bang afwachten tot het te laat is. Het is nu meer en meer een wereldje geworden van grijze massa’s broekschijters en aanstellers die alleen interesse hebben in materialisme en egoïsme.
Veel produkten zijn ontstaan uit de oudheid. Maar toen was dit nog een totaal andere wereld met minder mensen en minder technology. Klakkeloos naapen is makklkr dan een nieuwe, betere en vooral een ecologische gezondere wereld te ontwikkelen. Produkten ontwikkelen zonder leed, vervuiling enz dat is pas VOORUITGANG!!! Een heel andere, beter en prachtige wereld kan ontstaan als jullie dit niet zouden veroorzaken. Jullie houden de vooruitgang tegen met ouwbollig gedachtengoed. Een wereld die voor iedereen leuk zou zijn met amper nog nadelen voor natuur, dier en mens. Hoeveel kennis gaat er nu niet verloren door gemakzucht en ouwbollige gedachtengoed van mensen zoals jullie. We leven in het jaar 2010 en denken nog steeds als mensen uit de Middeleeuwen.
BTW voor ieder produkt die jullie opsommen zijn er alternatieven. Alleen een klein beetje moeite doen om het op te zoeken is hier wel op zijn plaats.
groe’n'tjes
José
In bijna alles is er iets van dieren verwerkt, dat is juist.
MMMmm…. als je verder leest zit er wel ergens een kern van waarheid in. Maar om het daardoor door een roze bril te gaan kijken en alles zomaar negeren en laten begaan ben je geen veganist. Omdat het zgn eigenlijk onleefbaar is als veganist is wel heel belachelijk. Het komt er op neer dat wij veganisten het onszelf moeilijk maken? Het is maar wie en hoe je het bekijkt. Als je als gewone mens een weekje veganistisch wilt leven dan is het idd wel heel moeilijk. Maar die reden is dat je er weinig van af weet.
Anderen noemen het ‘moeilijk’,
vegans noemen het ‘ANDERS’.
grtz
Z
“Jullie doen dit fout, jullie doen dat fout…”
Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Zeg dat Jezus het gezegd heeft.
Sowieso breng je alles terug op egoïsme. Dat is heel terecht: een dier dat niet egoïstisch is, gaat kapot. Je ziet bij de mens ook steeds weer, dat egoïsten het doorgaans beter hebben dan de mensen die altruïstisch ingesteld zijn. (ja er zijn uitzonderingen, wijs me daar niet op, het gaat om een algemeen beeld). Bij egoïsten heb ik het dan over mensen die aan zichzelf DURVEN denken zonder zich voor een ander weg te cijferen (die andere is dan meestal de egoïst die daarvan profiteert). Egoïsme is niet iets slechts, maar een basishouding om te overleven.
“Wat een lachwekkende onzin wat jullie schrijven?”
“MMMmm…. als je verder leest zit er wel ergens een kern van waarheid in.”
Dit zegt heel veel van de schrijfster……