Wat algemeen “gekend” is
Dat de bio-industrie de laatste twee jaar onder vuur ligt, dat weten we allemaal. Volgens velen is alles wat binnen de bio-industrie gebeurt een schande. De dieren die er zitten worden zogenaamd constant gemarteld, krijgen nooit licht te zien en krijgen elke minuut een shot antibioticum. Het is dus ook onmogelijk dat de dieren in het slachthuis antibioticumvrij zijn. De stal ligt blijkbaar ook vol stront en dode dieren, zit het vol met ratten en insecten die de dieren plagen. Ze krijgen ook amper eten, want het gaat vaak om geautomatiseerde voedersystemen die kennelijk elke dag storingen vertonen. Het vlees is trouwens ook veel te vet. (wie ziet de contradictie?) De bedrijfsleider gaat ook nooit in de stal kijken, omdat het toch allemaal automatisch gaat. Volgens deze mensen staat het besluit vast: het vlees van deze dieren kán niet goed zijn.
De gouden oplossing voor dit alles, is de veelbesproken en geprezen bioboerderij, waar alles er zeemzoet aan toe gaat. Waar de bloemetjes en de bijtjes nog vrij kunnen bruisen van het leven. Waar dieren in vrijheid kunnen genieten van hun leven en waar marteling niet aan de orde is. Er is hemels licht en er zijn geen bekende gevallen van ziektes. Antibioticum kent men dus ook niet. Mest bestaat niet en van dode dieren is al helemaal geen sprake. Dit vlees is het zuiverste, lekkerste; kortom het beste dat je kunt krijgen.
Twee partijen
Helaas komen de bovenstaande, fantasierijke berichten meestal van mensen die nooit een voet in een dergelijk bedrijf gezet hebben, noch bij een bioboer te rade zijn geweest om hun wijze bevindingen en inzichten bevestigd te zien. Men gelooft in een puur zwart-wit tafereel, opgepompt door diverse dierenrechtenorganisaties. Er zijn zelfs een aantal gekken geweest die in Nederland een politieke partij erdoor hebben gekregen. Zoals ik ooit ergens las, is het jammere aan deze hele discussie dat er te veel gebruik gemaakt wordt van “statements” die “lekker bekken”. Ideaal om op een T-shirt, een postkaart of een spandoek te zetten, maar veel info haal je daar als mogelijk geïnteresseerde niet uit.
Wat doen wij vervolgens, de op sensatie en shock georiënteerde burgers? Wij knikken gewoon mee met de groep omdat we niet zouden opvallen. Reeds tientallen jaren is er amper iets veranderd in de bio-industrie, behalve hier en daar een schaalvergroting, maar nu plots hebben sommige partijen geld geroken en bestoken ze de onwetende massa met horrorverhalen en sprookjes.
Inderdaad, het is een gat in de markt: het zwart maken van een bepaalde sector en vervolgens een gelijkwaardige sector oprichten met exact hetzelfde product, maar toch ogenschijnlijk anders. Er zijn duidelijk twee partijen hier: bio-industrie en de biologische sector. Grappig genoeg staat in beide expressies de term “bio”, wat leven betekent. Ogenschijnlijk anders, maar eigenlijk exact hetzelfde. En weet je wat? Allebei de partijen zijn op geld uit.
Men maakt de bio-industrie zwart en men verkondigt dat hier alles om geld draait en “het individu” van het dier onbestaande is, terwijl men duurder vlees probeert te verkopen onder de naam “bio vlees”. Belachelijk principe, maar het werkt. De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet.
De bio-industrie verdient geld door het produceren van dierlijke producten. Dit geld gaat naar de fokker, transporteurs, slachterijen en slagers. In de biologische boerderij gaat het geld naar de fokker, transporteurs, slachterijen en slagers. Er is echter een partij met een verborgen agenda. Dit zijn de parasieten die op de rug van zowel bio-industrie als biologische boeren munt slaan uit het feit dat iets al dan niet biologisch is. Diverse (dierenrechten)organisaties profiteren hiervan, maar uiteindelijk krijgt de boer daarom niet significant meer geld in het laatje. In tegendeel, deze grap lijkt meer geld te kosten dan de uiteindelijke baten die ermee bekomen worden. Ondertussen kan de consument zijn geweten gesust zijn: hij heeft meegewerkt aan een goed plan en hij kan gerust het goedkope vlees blijven kopen!
Enkele onbekende feiten
Toch mag de hoop niet opgegeven worden. Het is wel degelijk nuttig om de andere kant van de medaille te laten zien. Er zijn nog mensen met zin voor realisme in plaats van idealisme. Mensen die correct wensen ingelicht te worden. Daarom (vooral voor de idealisten) toch nog even de volgende, voor hen wellicht onbekende feiten over de bioindustrie vs. biologische boerderij:
- Lekker(der) / mager(der) vlees
- Antibiotica problematiek
- Castratie
- Vrije uitloop vs. opsluiting
- Financiële gevolgen
- Economische gevolgen
Varkensvlees uit de bioindustrie (meer concreet op grondgebied België dan) is het magerste vlees dat beschikbaar is, ook al gelooft men dit niet vaak tot je de keiharde bewijzen op tafel gooit. Dit is zelfs een punt waar de Belgen uitstekende prestaties neerzetten met bvb. het Piétrain ras. Een geslachte Pietrain geeft 83% karkas waarvan 69% mager vlees is.
Voor de mensen die slechts kunnen gesust worden met bronnen. Klik hier maar. Helaas fokt men in andere landen (zoals Nederland, het land met de “partij voor de dieren”) veel meer op groei, ook bij de biologische boer. Het is dus veeleer een genetisch probleem.
In de biologische boerderij krijgt men een ander beeld. Dieren krijgen vrije uitloop, wat betekent dat het voerproces veel minder nauwlettend in het oog kan gehouden worden. De uitloop zorgt ervoor dat de dieren aan alle weertypes worden blootgesteld. Dit resulteert misschien wel in een beter skelet, maar ook in vetter vlees. Het voordeel van het skelet wordt vervolgens weer teniet gedaan door gladde uitlopen waardoor er statistisch gezien meer kreupele dieren voorkomen dan in de intensieve veehouderij.
Meer vet betekent helaas ook een hoger risico op antibioticum residuen in het geslachte dier van de biologische boerderij. Daarnaast, bioboeren zijn even menselijk als bio-industriëlen: beiden kunnen verplichte wachttijden niet respecteren (tijd die men moet wachten vooraleer het antibioticum voldoende afgebroken is. Dan pas mag het dier naar het slachthuis). Dit probleem situeert zich niet exclusief in de bio-industrie, maar overal.Bovendien kan iedereen toch zelf wel indenken: als bio-industriëlen zulke geldwolven zijn, dan willen ze toch hard besparen in medicatieverbruik? Sommige mensen hebben dus duidelijk een verstoord beeld van dit onderwerp.
En in tegenstelling tot de veelgeloofde mythe dat opgesloten dieren altijd ziek zijn: ook hier is bij de bio-industrie een grondiger controle mogelijk, waardoor ziekte eigenlijk zeer goed onder controle te houden is. Bij dieren met vrije uitloop, valt niet te controleren met welke (wilde) dieren zij in contact komen. Ratten, konijnen, vogels, insecten, etc… brengen allerlei parasieten, bacteriën, virussen met zich mee. In de bio-industrie is het mogelijk dit extern contact uit te sluiten of in het geval van ratten/insecten, een degelijk bestrijdingsprogramma op te zetten.
In het volgende extract kunnen we lezen wat een onderzoek zegt over de biologische varkenshouderij:
…Uit onderzoek onder biologische varkenshouderijen bleek verder dat biologische varkens verhoogd risico lopen op long- en leverschade, omdat ze meer stof- en strodeeltjes inademen. …
Hier heb ik ondertussen een volledig artikel over geschreven.
Een stal behoort aan een aantal basisbehoeften van een dier te voldoen: o.a. bescherming bieden, voedselvoorziening, verwarming… Hierin voorziet de bio-industrie vaak beter dan de bioboerderij. In een stal is er
bijvoorbeeld een constantere temperatuur en schonere hokken. Dit komt het dier ten goede.Wat de uitloop betreft, is het bij varkens het zo dat er meer gevochten wordt bij dieren in groepen, dan dieren die individueel opgesloten worden in een box. Ook die laatste groep vecht als ze samengebracht worden uiteraard, dat zit in hun natuur, maar bij een groepssysteem zoals voerligboxen, verkiezen varkens zelfs in hun box te liggen. Logisch, een varken slaapt 16 tot 19 uur van de dag en ze willen liefst met rust gelaten worden. Daarnaast kunnen ze direct beginnen vreten als er gevoederd wordt. Een punt dat wel kan aangehaald worden tegen de bio-industrie, is dat de plaats wel zeer beperkt is. Aan de andere kant: wie opgroeit in een klein appartement, weet niet beter. Daarnaast, er zijn genoeg mensen die hun kat levenslang binnen opsluiten, terwijl die dieren ook een territorium van enkele vierkante kilometer behoeven! Begrijp mij niet verkeerd: het is dus wel degelijk klein, maar laat ons dan niet hypocriet de bioindustrie met de vinger wijzen. De wereld verbeteren begint bij zichzelf.
Vrije uitloop klinkt heel romantisch, maar eigenlijk kan dit ook negatief werken, zoals hier te lezen in het volgende extract:
…Zo sterven er meer biologische biggen in het kraamhok dan biggen die gangbaar gehouden zijn. Dat komt doordat de biologische zeug niet is ingesloten tussen metalen stangen, zoals in de gangbare varkenshouderij. De biologische zeug gaat daardoor eerder op haar biggen liggen. Biologische zeugen zijn ook vaker kreupel dan gangbaar gehouden varkens. Waarschijnlijk komt dit moeilijke lopen door de gladde uitlopen naar buiten. …
Bij kippen met vrije uitloop, werden ook meer zware metalen in de dooier teruggevonden dan bij opgesloten kippen. Er is dus meer contact met externe factoren. Contact met wilde vogels (ivm. vogelgriep) is bij opgesloten dieren bijvoorbeeld niet mogelijk, terwijl dit bij dieren met vrije uitloop schering en inslag is.
Vandaag de dag is de hongersnood quasi (ok, zwervers zullen altijd blijven bestaan) verdwenen uit het Westen. Dit is mede dankzij de bio-industrie bewerkstelligd. Er werd met andere woorden door massaproductie gezorgd dat de prijs van dierlijke producten gedrukt werd, zodanig dat “de gewone man” zich ook een stukje vlees kon veroorloven. Tegenwoordig wil men van vlees liever een luxeproduct maken. Wat men nog wil, is de schaalvergroting tegengaan en vele hectaren graasterrein ter beschikking stellen van alle opgesloten dieren. Een heel nobele zaak, lijkt het wel. Ongetwijfeld ook met goede bedoelingen, maar het getuigt niet van veel gezond verstand als je daarmee geen land meer overhoudt om mensen op te huisvesten. Om nog maar te zwijgen van het land dat je verliest om gewassen op te telen waarmee je deze dieren moet voederen. Heb je er al eens bij stilgestaan hoeveel land er nodig is als je de miljoenen dieren die vandaag compact opgesloten zitten, zou loslaten?
Geloof me, niemand wil een stuk tuin opofferen voor deze dieren. Als het puntje bij paaltje komt, kiest iedereen toch voor gezond verstand, gelukkig maar.
Men kiest, zoals hiervoor aangehaald, voor zichzelf en aansluitend daarbij kan ik zeggen: voor zijn eigen portemonnee. Ook al beweerde volgens peilingen X procent van de bevolking dat ze zeker biologisch vlees zouden kopen; de realiteit wees iets anders uit. Men kocht initieel inderdaad meer biologisch vlees, maar al gauw zag de gewone consument in dat een prijsstijging het enige was dat gebeurd was. Er zijn studies geweest die uitgewezen hebben dat het gros van de bevolking uiteindelijk weer terugkeert naar “gewoon” vlees. Alle claims ten spijt.
Helaas voor de boer die zich liet meeslepen in deze hype en geloofde in het goede van het “bio-principe”, keert de bevolking kil zijn rug naar het leed dat de overschakeling naar bioboer met zich meebracht. Er zijn talloze getuigenissen van deze ondernemers terug te vinden in vakliteratuur waarin men bekent dat dit alles, onthutsend genoeg, een grote financiële aderlating was. (Mensen die niet in de sector zitten, hebben tot deze vakliteratuur vaak minder makkelijk toegang, dus kennen deze feiten niet) De ondernemers die geluk hadden, zijn terug overgeschakeld naar de industriële aanpak. De anderen zijn failliet gegaan. Het kleinste deel is tevreden met de overschakeling. Het grote probleem was dat dit hele bio-gebeuren toch niet het grote succes bleek te zijn als de “peilingen” lieten uitschijnen.
Als dit nog niet schrijnend genoeg is, is de bio-industrie door de hele hype genoodzaakt zware investeringen uit te voeren om weer conform de regelgeving te kunnen werken. Dit zorgt zogenaamd voor een verbeterd dierenwelzijn, maar het zorgt er ook voor dat mensen die niet de financiële middelen hebben, hun zaak kunnen sluiten. Deze worden vervolgens door de “groten” overgenomen en dit zorgt uiteraard nog veel minder voor een individueel karakter.
Door het maatschappelijke protest tegen de intensieve veehouderij, is er een papiermolen in gang getreden waardoor er meer en meer regels en vereisten zijn om nog te kunnen functioneren als veehouderij. Wie niet aan deze regels voldoet, mag zijn bedrijf stopzetten.
Wel wil ik een positief woord laten voor de gezondheidscontrole op ons vlees. Zowel mensen in de bio-industrie als biologische boeren hebben contracten met dierenartsen en worden gecontroleerd door agentschappen voor voedselveiligheid (in België het FAVV) via bloednames en strenge controles (bv. in het slachthuis).
Men heeft van deze positieve noot gebruik gemaakt om de sector te overstelpen met extra regels rond dierenwelzijn en geprofiteerd van het feit dat men de massa achter zich had. (de massa die uiteindelijk niks te maken heeft met de vleesproductie) Helaas heeft men er niet aan gedacht dat er buiten de Europese Unie geen zulke strenge regelgeving bestaat, maar dat er wel nog steeds importmogelijkheden zijn voor vlees uit deze landen.
De vraag die we onszelf dan kunnen stellen, is of het wel zin heeft gehad om al deze absurde dierenwelzijnswetten in te voeren. Het enige wat we daarmee bereiken, is dat onze economie kapot gaat en dat het buitenland hiervan kan profiteren door onze markt te bombarderen met hormonenvlees waar ettelijke malen minder controles op zijn geweest. Zijn we echt beter af met dergelijke maatregelen? Ik betwijfel het.
Conclusie
Wat de mensen die in het vak zitten er zelf van vinden, kun je hier lezen.
Daarnaast wil ik toch nog even een professor aan het woord laten, want straks krijg ik commentaar dat ik geen “wetenschappelijk onderbouwde argumentering” gebruik. Het gaat hier om de decaan van de faculteit diergeneeskunde te Gent.
De enige die van de hele voedselhype lijken te profiteren zijn de bio-labels. Is dit voedsel veiliger?
Biovoedsel is trendy, modern. Het is een commercieel gegeven waar vooral supermarkten goed aan verdienen. Maar ik geloof daar niet in. De MKZ-epidemie in Engeland is veroorzaakt door een soort bioboer die het niet zo nauw nam met de regels en besmette Aziatische etensresten aan z’n dieren voederde.
Ik drink liever melk afkomstig van een groot veeteeltbedrijf dan van de biokoe. Bio klinkt leuk maar in de praktijk is er op veel zogenaamde biobedrijven minder controle en gaat het er vaak minder hygiënisch aan toe. Een koe met uierontsteking krijgt op een gewone boerderij meteen antibiotica om te genezen. De bioboer geeft dat niet of te laat, waardoor er ontstekingsproducten zoals etter in de melk komen. Dat heet dan natuurlijk te zijn.
De stadsmens van vandaag ziet de natuur als leuk en lief. Romantisch maar compleet fout. Een van de natuurwetten is eten en gegeten worden. Gelukkig geldt dat niet meer voor de mens. Ook de dieren die we verzorgen hebben het beter dan vroeger. Laat ons dat zo houden.
Ten slotte wil ik er nog het volgende over zeggen. Of je nu pro of contra bent, het zal mijn mening niet veranderen. Geen argument kan me overtuigen over het feit dat biologisch vlees (of eieren, wat dan ook) beter zou zijn dan dat uit de intensieve veehouderij. Ik heb geen gewetensproblemen met de intensieve veehouderij, want ik weet dat het uiteindelijk toch allemaal hetzelfde is. Ik voel mij niet schuldig omdat een botte boer in de bio-industrie een koe schopt. Dat kan net zo goed gebeuren op een biologische boerderij. Akkoord, dit hoeft niet te gebeuren, maar alsof dit gebonden is aan de sector waarin er gewerkt wordt!? Maar ja, er moet altijd een zondebok zijn zeker? Een boeman, zoals de titel van dit artikel aangeeft. Een schrikbewind opstarten om de eigen producten beter te kunnen verkopen: bio-producten.
Voor sommige mensen is dit onderwerp meer een religie geworden: je gelooft er in of je gelooft er niet in. Wie niet gelooft, is “raar”. Mij maakt dit allemaal niks uit. Als iemand in plaats van 10 euro liever 25 euro voor een simpele lap vlees wil betalen, dan doet hij maar.
Geef mij maar gewoon een stuk vlees waar minder hypocrisie achter zit.